17 april 2002

 

 

Vandaag zou Rashid veertien jaar geworden zijn, een puber, een jongen op de middelbare school. Vaak vraag ik me af hoe hij er uit zou zien, op welke school hij zou zitten, waar hij van zou houden, en wat hij voor zijn verjaardag zou willen hebben. Maar zoals op zovele vragen, krijg ik ook op deze vragen geen antwoord. Hij blijft altijd die jongen van 8 jaar, die de kleur blauw zo mooi vond, die van Action Men hield en van Toystory, die van pizza’s hield en van kitkatjes.

Och, mijn kindje, ik mis hem zo intens. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk. Ik draag hem overal in mijn hart mee naar toe. En ik heb sterk het gevoel dat hij dicht bij me is om me te beschermen en te helpen op mijn vaak moeilijke weg.

Het is nu de 6e keer, dat ik sinds het overlijden van Rashid zijn verjaardag zonder hem doorbreng en ik kan niet zeggen, dat het makkelijker wordt.  Tot nu heb ik nog alle jaren heel bewust vrij genomen op Rashid's verjaardag. Als hij geleefd had, had ik dat waarschijnlijk niet gedaan, maar nu is het zijn dag waaraan ik aandacht wil besteden. Ik heb het nodig om het niet als elke andere dag te beleven. Rashid's geboortedag was ooit een hele gelukkige dag voor me.

Ik heb 's morgens mijn blauwe trui aangetrokken; thuis heb ik nog muziek gedraaid, die een speciale betekenis voor me heeft. Steeds als ik die muziek hoor, denk ik speciaal aan Rashid. Daarna ben ik op weg gegaan naar de begraafplaats. Bij McDonald’s heb ik een Happy Meal gekocht ( Rashid genoot altijd zo van een Happy Meal) en bij de bloemenzaak blauwe rozen. Heel bewust heb ik gezocht naar een cadeautje en vond bij Xenos een heel mooi windorgeltje van dolfijntjes en bewapend met mijn "cadeautjes" ben ik naar de begraafplaats gegaan. Ik heb alles, wat ik gekocht had, mooi neergezet, Rashid's plekje schoongemaakt, en 14 kaarsjes gebrand. Het was niet zulk mooi weer, maar ik ben toch een uurtje blijven zitten. Ik heb een kitkatje bij Rashid neergelegd en ook eentje voor Karim, omdat ik wist dat die 's middags zou komen en ik  heb er zelf ook eentje opgegeten. De vogels zaten al te wachten om van het Happy (feest)maal te gaan genieten. Het kitkatje eten ze meestal ook op. Ik weet zeker dat Rashid dat wel leuk gevonden zou hebben, al die beestjes om hem heen.

Daarna ben ik, een stuk rustiger dan de dagen ervoor, toen in vreselijk van slag af was en ook veel heb gehuild, weer naar huis gegaan. Ik miste ook Karim, met wie ik niets kon delen. Hij wilde ook even alleen zijn bij Rashid en zou na schooltijd even naar zijn grafje toe gaan.

's Avonds heb ik samen met mijn man pizza gegeten, omdat Rashid dat zo lekker vond. Ik heb wel Karim nog heel even gebeld, maar de verbinding was erg rot. Jammer.

Er kwamen geen kaartjes meer binnen, geen telefoontjes meer. Ook dat is allemaal voorbij. De tijd heeft alle mensen meegenomen. Zij denken niet meer dagelijks aan mijn ventje, zoals ik dat doe. En als ze wel vaak aan hem denken, laten ze het mij niet weten.

Wat me erg ontroerde, was een paar weken geleden, toen ik onverwachts een moeder van school tegenkwam. Wij hadden elkaar al een jaar of zo niet meer gezien. We kenden elkaar alleen omdat onze kinderen bij elkaar in de klas hebben gezeten. Ik heb ooit kleine pluchen beertjes uitgedeeld met een blauw strikje, als herinnering aan Rashid. Ik heb toen een aantal beertjes als een soort van kerstkaartje uitgedeeld aan mensen, die op een hele speciale manier met me meegeleefd hadden.Toen ze me zag, haalde ze het beertje uit haar handtas en liet me zien, dat ze het nog altijd bij haar had. Dat ontroerde me echt en dat zei ik haar ook. Lief hè? Zo zullen er vast meer mensen zijn. Rashid is niet vergeten, dat weet ik zeker. Hij heeft op veel mensen diepe indruk gemaakt. Alleen laten ze het mij niet meer weten. En laten we eerlijk zijn, ik schrijf of bel ook niet iedereen meer op.

De dag voor Rashid's geboortedag werden er op mijn werk slingers opgehangen voor een collega die jarig was. Dat deed pijn om te zien, omdat ik voor Rashid ook zo graag slingers en ballonnen op had willen hangen. Ik was al helemaal van slag af, omdat ik met een klant in de spreekkamer had gezeten. Deze man was heel erg overstuur, omdat zijn vriendin met zijn kinderen naar het buitenland was gegaan. Hij zag mijn horloge, waarin een fotootje van Rashid zit en zei:" U heeft ook een kindje, maar u geeft hem elke avond een knuffel en een kusje voor het slapen gaan." Ik vond het op dat moment niet terecht om te zeggen, dat Rashid overleden was, ik zeg dat eigenlijk nooit tegen klanten. Misschien had ik het in dit geval wel moeten doen. Ik dacht alleen maar :"Man, je moest eens weten." En ik slikte mijn tranen weg. Misschien had ik het in dit geval wel moeten zeggen. Misschien een goede les voor de volgende keer. 

Boven achter mijn bureau had ik het heel moeilijk, maar ik liet niet veel merken. Toen ook nog die slingers opgehangen werden, toen had ik het echt te kwaad. Gelukkig kon ik naar huis en mijn tranen de vrije loop laten. Die avond heb ik mijn man voor het eerst verteld van Rashid's overlijden en de bewonderenswaardige manier waarop hij afscheid genomen heeft. Het is een verhaal, dat ik nog steeds niet goed met anderen kan delen. 

En ik heb de collega op donderdag alsnog gefeliciteerd. En  ook een paar collega's verteld dat Rashid op woensdag jarig geweest zou zijn. Op dat moment werd niet veel gezegd. Maar dagen later begon een collega te vragen hoe oud hij was toen hij overleden was en hoe we ontdekt hadden dat hij een hersentumor had. En ik vertelde, wel een uur lang. De tranen prikten, maar ik wilde me niet laten gaan, omdat ik wist dat ik dan de rest van de dag van slag af zou zijn.
Een collega, die zelf twee kleine kinderen heeft, vertelde dat bij het horen van het verhaal van Rashid de rillingen over zijn rug liepen.

Het verhaal van Rashid ontroert en beweegt mensen nog steeds. Ik raak er steeds meer van overtuigd, dat dit verhaal kenbaar gemaakt moet worden, dat er met mijn vele dagboeken iets moet gebeuren. Het gaat veel tijd en energie kosten, maar het moet er wel komen, dit monument voor Rashid, mijn dappere ventje!