Het verhaal van Rashid

Rashid is geboren op 17 april  1988 en groeide op als een vrolijke peuter, die alles zelf wilde proberen. Hij liep nog voordat hij een jaar oud was en kon al snel hele verhalen kletsen. Toen hij oud genoeg was om met babyblokken te spelen, wilde hij met de duplopoppetjes spelen en toen hij die eenmaal veroverd had, wilde hij met de playmobil spelen. Hij was altijd zijn ontwikkeling een stap vooruit, altijd vrolijk, altijd bezig en zeer sociaal. Rashid was eigenlijk bijna nooit ziek, kortom hollands welvaren.

Toen Rashid 6 jaar oud was, wilde hij op een dinsdagmiddag niet naar school. Het was vlak voor de grote schoolvakantie en Karim, Rashid's grote broer was net ziek geweest. Hij was net een paar dagen thuis geweest en toen Rashid weigerde om naar school te gaan, dacht ik, dat hij schoolziek was en ook een paar dagen thuis wilde blijven om verwend te worden. Voor de deur van zijn klaslokaal huilde hij, dat hij niet zijn klas in wilde, omdat de kindjes altijd zo'n herrie maakten en dan zijn hoofdje zo'n pijn deed. Ik keek hier verbaasd van op, omdat ik dit nog nooit eerder van hem gehoord had. Ik gaf hem het voordeel van de twijfel en nam hem mee naar huis. 's Avonds kreeg Rashid koorts; hij had diarree en gaf over. Ik schaamde me, omdat ik hem niet geloofd had. Rashid veinsde nooit.

Rashid knapte maar slecht op. De diarree ging wel over, de koorts werd ook minder, maar hij bleef af en toe overgeven. Na een paar dagen thuis geweest te zijn, gingen we zwemmen in het buitenwater bij ons in de buurt. 's avonds gaf Rashid weer over. Ik vermoedde, dat er wellicht een bacterie in het buitenwater zou kunnen zitten, omdat het een hele hete zomer was. Dus besloot ik de dag erna in het zwembad te gaan zwemmen, maar ook die avond gaf Rashid over. Ik dacht, dat zijn maagje misschien wel erg van streek was door de griep en maakte me niet zo'n zorgen. Maar Rashid knapte niet echt op. Hij ging op maandag wel weer naar school; later hoorde ik dat hij in de loop van de ochtend weer overgegeven had. Het was niet de inhoud van zijn maagje, dat er uit kwam, maar wit slijm. Ik liet Rashid controleren bij de huisarts, maar zij bevestigde mijn vermoeden dat het hier om een hardnekkig griepje ging. Er waren veel kindjes ziek door de enorme hitte. Rashid klaagde over hoofdpijn, vooral 's nachts gilde hij van de pijn, maar na een paracetamol sliep hij weer lekker door. 's ochtends gaf hij wat wit slijm over en daarna merkte ik de hele dag niet veel aan hem. Alleen dat hij erg moe was. Ik liet nogmaals een controle door de huisarts uitvoeren, maar zij kon aan Rashid's maagje en darmpjes niets ontdekken. We gingen met vrienden naar de Efteling en halverwege de dag ging Rashid op een bankje liggen met zijn hoofdje op mijn schoot en zei, dat hij zo moe was. Mijn vriendin zei op dat moment, dat hij er zo slecht uit zag, zo witjes, zo mager. Ik maakte me zorgen en ging wederom naar de huisarts. Dit maal drong ik er op aan, dat zijn bloed werd gecontroleerd. De huisarts, die het ook niet meer wist, vond het een goed idee. Na een week kreeg ik de uitslag: een kleine ontsteking, maar verder niets bijzonders. Ik geloofde niet meer dat er niets aan de hand was, omdat Rashid inmiddels zo moe was, dat hij niet meer 5 minuutjes naar het winkelcentrum kon lopen. Ik maakte me nu ernstig zorgen en vond dat er iets moest gebeuren. De huisarts zei, dat ik dan maar een afspraak moest maken bij de kinderarts in het ziekenhuis. Ik belde het AMC voor een afspraak, maar kon pas na 3 weken terecht, terwijl we de volgende week op vakantie zouden gaan. Ik wilde Rashid zo niet meenemen, omdat ik het onverantwoordelijk vond. Ik belde nogmaals de huisarts op en gaf aan dat ik niet 3 weken wilde wachten op de afspraak in het AMC. Ten langen laatste zuchtte ze, dat als ze voor elke moeder die zich zorgen maakte moest bellen naar het AMC, ze dan nachtwerk zou hebben. Maar ze belde de kinderarts toch op en gaf aan wat Rashid's klachten waren en dat ik me zorgen maakte. De kinderarts moet geantwoord hebben, dat hij zich bij het horen van deze klachten ook zorgen maakte en Rashid meteen de volgende dag wilde zien.

Het was donderdag 18 augustus 1994.

Ik was blij, dat we meteen de volgende dag konden komen en hoopte dat Rashid nu eindelijk medicijnen zou krijgen waardoor hij snel op zou knappen. Ik had wat urine meegenomen, omdat ik verwachtte dat dit wel gecontroleerd zou moeten worden. Niets bleek minder waar. Na een gesprek met de co-assistent volgde een oogonderzoek door de kinderarts en een neurochirurg. Ik voelde dat het een andere kant opging dan ik verwacht had. Ik dacht tot dat moment dat het nog steeds om een hardnekkige bacterie in Rashid's darmpjes ging of misschien wel om de ziekte van Pfeiffer. Na een CT-scan en een MRI bleek de verschrikkelijke waarheid : er zat iets in Rashid's hoofdje dat de hoofdpijnen veroorzaakte en dat eruit gehaald moest worden. Het ging om een gezwel, dat goedaardig, kwaadaardig maar ook een cyste zou kunnen zijn. Het woord kanker was nog niet gevallen en ik had er nog niet aan gedacht. Rashid werd meteen opgenomen. De situatie bleek zeer ernstig: Rashid kon door de enorme druk in zijn hoofdje elk moment in coma raken.

Op maandag 22 augustus 1994 werd Rashid aan zijn hoofdje geopereerd en zou na de operatie enkele dagen op de Intensive Care blijven. De operatie duurde 6 uur. De ernst van de situatie drong langzaam tot me door: een 6 uur durende operatie aan het hoofdje van mijn kindje was niet zonder gevaren. Na de operatie, toen ik Rashid had gezien, vond ik dat hij er heel stabiel en rustig uit zag. Ik wist dat het goed zou komen. Het was midden in de zomervakantie: Rashid moest nog een paar weekjes opknappen en rustig aan doen en zou dan weer naar school kunnen. Hij zou na de vakantie naar groep 3 gaan : hij wilde zo graag leren lezen en schrijven.

De dag na de operatie sprak ik de neurochirurg, die mijn hele wereldje in een klap voorgoed in elkaar deed storten: Rashid had een kwaadaardige hersentumor, een medulloblastoom, en er waren al uitzaaiingen in zijn ruggemerg geconstateerd; het was dus kanker en er zou nog een lange behandeling volgen. De operatie was niet het einde, maar slechts het begin. De grond zakte letterlijk onder mijn voeten vandaan toen het woord kanker viel. De harde waarheid drong volledig tot me door. Mijn leven zou nooit meer hetzelfde worden. Ook al voelde ik op dat moment, dat ik Rashid zou kunnen verliezen, gingen we keihard tegen de ziekte vechten. Rashid kreeg 60% kans om te overleven. Dat er 40% kans was dat hij het dus niet zou kunnen halen, heb ik heel ver weg gestopt.  

Na 4 chemokuren en 30 bestralingen was Rashid's behandeling voorlopig klaar. Het was vlak voor mijn verjaardag in februari 1995 en na wekenlang dag in, dag uit in het ziekenhuis geweest te zijn, was er ineens niets meer. De operatie, de chemokuren en de bestralingen hadden wel hun bijwerkingen. Nu werd gecontroleerd welke beschadigingen de behandeling hadden aangericht en de controles waren er op gericht om de beschadigingen zo veel mogelijk te herstellen. Rashid was de beweging over zijn oogjes kwijt en vele van zijn aangezichtsspieren waren beschadigd. Rashid had een huidallergie tegen badschuim, waspoeder, shampoo en alle overige middeltjes met geurstoffen. Rashid was erg gauw moe en had vooral in het begin na de behandeling last van zijn evenwicht en zijn fijne motoriek. En Rashid's eetgewoonten waren veranderd: hij at soms wekenlang alleen maar macaroni of rode kool met gehakt; hartige hapjes zoals pizza hawai waren favoriet. Maar dit alles hield hem niet tegen om intens van het leven te genieten. Hij was zo dankbaar met alles wat mensen voor hem deden.

Langzaam, heel langzaam, knapte Rashid op: hij ging twee stapjes vooruit en eentje achteruit. Het genezingsproces ging op en neer. Langzaam ging Rashid weer naar school, eerst 5 minuutjes, een kwartiertje, een halve ochtend en tenslotte een hele ochtend. Maar nog heel vaak werd ik halverwege de ochtend door de juf gebeld, dat het niet meer ging en ik Rashid maar op moest halen. Langzaam ging Rashid weer mee spelen op het schoolplein en kon erg boos worden als zijn beste vriend beter kon voetballen dan hij, omdat hij zelf niet zo veel uithoudingsvermogen had.

De zomer van 1996 brak aan en Rashid en ik gingen samen een dagje uit naar Walibi Flevo. 's avonds gaf Rashid over. Was het van de spanning of was de hamburger, die we gegeten hebben, niet goed geweest? Of was er toch iets anders aan de hand? Rashid was nog steeds erg moe. Na de zomer ging hij wel naar school, maar hele dagen hield hij nog steeds niet vol. En toen ging hij weer wit slijm overgeven en hij klaagde weer over hoofdpijn. Deze klachten herkende ik en ik was zo bang, dat de tumor terug was. Na het maken van een CT scan kwam het verschrikkelijke bericht: de tumor was in korte tijd zo enorm gegroeid en door het hele hoofdje van Rashid vergroeid, dat er niets meer mogelijk was. Rashid had de zwaarste behandeling gehad, die niet geholpen had. Er was niets meer....hij zou sterven.

De keuzes die ik toen nog kon maken waren of ik Rashid thuis zou houden of dat ik hem nog een levensrekkende behandeling zou laten geven. Ik koos voor het eerste. En de tijd ging veel te snel.

Rashid is op 5 oktober 1996 in mijn armen gestorven.