Verhuizen

Vanaf het moment dat Rashid één jaar oud was en Karim drie, ben ik naar de huidige woning verhuisd, waar we een hele fijne tijd hebben gehad met zijn drietjes. Karim en Rashid kregen allebei hun eigen kamertjes, de woning stond dichtbij de basisschool, waar de kinderen naar toe zouden gaan als ze vier jaar oud waren. Er was ook een goede peuterspeelzaal. Winkels in de buurt, groen, speelgelegenheid, kortom een hele kindvriendelijke buurt. 

Toen Rashid zoveel spulletjes had en zijn kamertje te klein werd, hebben hij en ik samen van kamer geruild: hij kreeg de grote ouderslaapkamer, ik kreeg het kleine kamertje. Ik sliep er toch alleen maar, Rashid speelde vaak op zijn kamer met zijn vriendjes.

Rashid is in deze woning opgegroeid, ziek geworden en uiteindelijk gestorven.

Na het overlijden van Rashid heb ik zijn kamertje leeggehaald, omdat Karim nu de grote slaapkamer wilde hebben. Deze kamer ligt aan de achterkant van het huis en was daardoor voor Karim, die moeilijk 's avonds in slaap kon komen, een stuk rustiger.                                                                                               

Al Rashid's spulletjes heb ik door mijn handen laten gaan en mijn eigen plek in huis gegeven: in een kast in mijn slaapkamer. Die spullen kwamen nooit de kast meer uit, maar het was goed te weten, dat ze er waren.  Met de eerste keer ramen zemen, zeemde ik ook huilend de vingerafdrukjes van Rashid op het raam weg.Met de eerste keer stofzuigen en dweilen, dweilde ik ook huilend de voetstapjes van Rashid weg.

Nadat ik mijn huidige man leerde kennen, besloten wij om voorlopig in deze woning te blijven wonen. Ik wilde nog niet het buurtje, waar Rashid opgegroeid was, opgeven. Hier kenden de klasgenootjes van Rashid mij nog als "de moeder van Rashid". Hier had Rashid gelopen en gespeeld.  Ook Karim voelde zich in deze buurt thuis: zijn vrienden woonden hier, hier ging hij naar de Middelbare School. Wel moest er ruimte gemaakt worden. Had ik Rashid's kleertjes al vlak na zijn overlijden weggeven voor kinderen in oorlogsgebieden, nu deed ik ook afstand van de kapotte auto's waar hij zo aan gehecht was geweest. Een aantal videobanden bracht ik naar het ziekenhuis, waar Rashid ook zo vaak van een videoband genoten had. De flippo's gaf ik aan de kinderpoli, waar ze als prikkadootje uitgedeeld zouden kunnen worden. Prikkado's waren voor Rashid ook steeds belangrijk geweest, als troost. Al zijn spulletjes gingen voor een tweede maal door mijn handen en verhuisden naar de kast in de gang. 

Maar de klasgenootjes van Rashid gingen naar de Middelbare School en ik ging fulltime werken. Steeds minder hoorde ik het vertrouwde: "Dag moeder van Rashid".

Langzamerhand veranderde de buurt. Er kwamen andere mensen wonen, andere kinderen. Het was niet meer Rashid's buurt. Ik zag zijn klasgenootjes niet meer. En ook Karim trok weg, naar zijn vader. En hij nam al zijn spulletjes mee. Ik voelde me steeds ongelukkiger in deze woning, maar wilde Rashid's huis niet opgeven. Het was mijn laatste strohalm, mijn laatste vertrouwde plek, waar Rashid geweest was, waar ook Karim misschien nog naar terug zou komen. Rashid's eerste kamertje was echter zijkamertje geworden. Zijn slaapkamer, die daarna Karim's slaapkamer werd, was de werkkamer van mijn man geworden. Er stond alleen nog een krijttekening van Rashid op de muur op het balkon. Die kon ik toch niet opgeven?  Karim vond de rust bij zijn vader, die hij bij mij niet kon vinden. Hij besloot definitief om niet meer terug te komen. Maar de rust, die ik in deze woning altijd gevonden had, was weg. Ik had het altijd zo fijn gevonden om alleen thuis te zijn met al mijn herinneringen, maar als ik nu alleen was, voelde ik me opgejaagd en eenzaam. Steeds vaker spraken we van verhuizen. Er werd ingeschreven op woningen in Aalsmeer, Hoofddorp, Bussum, Nieuw Vennep, Krommenie, Edam, Amsterdam Noord, Diemen. Daar wilde ik toch helemaal niet naar toe? Het idee om naar Friesland te gaan werd ook geboren. Hoe moest dat dan met Rashid, die in Amsterdam begraven ligt en waar ik elke week naar toe ging?  Ik dacht na over herbegraven, maar vond het idee zo verschrikkelijk naar. Rashid ligt op zo'n mooie plek, die Karim en ik met zoveel zorg uitgekozen hebben. Ik kon en wilde hem daar niet vandaan halen. Bovenal wilde ik zijn rust niet verstoren.

Maar hoe moest dat dan?  We onderzochten de mogelijkheden om een woning hier in de buurt te kopen, maar de hypotheeklasten zouden voor ons te hoog worden. Dus bleek kopen ook geen optie voor ons.

Nogmaals liet ik heel veel van Rashid's spulletjes door mijn handen gaan, toen Karim op de Koninginnedag veel van zijn eigen oude speelgoed wilde verkopen. Samen besloten we ook wat van Rashid's speelgoed te verkopen, waar hij nu ongetwijfeld te groot voor geworden zou zijn. Hij zou het zelf ook verkocht hebben, want hij zou immers 14 zijn nu? We zochten zijn favoriete vechtpoppetjes uit en zetten die bij hem neer, op zijn grafje. Aan een aantal dingen zaten zulke dierbare herinneringen, dat we die niet kwijt wilden. Die gingen terug in de bewaardoos. Andere dingen kwamen op het kleedje terecht om verkocht te worden. En bij elk stukje speelgoed keek Karim me aan: "Weet je het zeker, Mam," vroeg hij me dan zachtjes. En ik knikte. Het was goed zo. Andere kinderen zouden er nu plezier aan beleven. 

Totdat er op een dag een brief op tafel lag met de vermelding, dat we de tweede gegadigden waren voor een woning in Diemen. Ik schrok en legde de brief heel heel snel op tafel terug en zei er niets van. Diemen, hoe kon mijn man daar nou op in schrijven? Het idee om te verhuizen kwam ineens angstaanjagend dichtbij. We gingen toch kijken; dat kon geen kwaad, want het zou wel niets worden. We waren immers tweede gegadigden. 

De woning bleek een hele ruime, lichte maisonette in een gezellige, rustige buurt vlak bij een winkelcentrum en openbaar vervoer. Het voelde goed. Ik voelde me daar heel rustig worden. Dit is de woning, waar ik naar toe zou willen. Tot mijn verbazing bleek de ligging ten opzichte van de begraafplaats, waar Rashid begraven ligt, zo gunstig, dat ik nu maar een kwartiertje hoefde te fietsen, veel dichterbij dus. Het leek een geschenk uit de hemel. Anderhalve week zaten we in spanning of we de eerste gegadigden zouden worden. En dat is gelukt. Op 9 juli 2002 hebben we het huurcontract ondertekend en de sleutels gekregen. 

De eerste gegadigden blijken de woning ernaast, die ook leeg stond,  geaccepteerd te hebben. Zij konden kiezen uit twee woningen en kozen voor de andere. Waarom weten ze zelf niet, want beide woningen zagen er goed uit. Wij konden maar uit één woning kiezen en kregen de woning, die we zo graag wilden hebben. Zou er toch een beschermengeltje voor ons gezorgd hebben? 

Nu moest alles in de oude woning ingepakt worden. Weer gingen alle spulletjes van Rashid door mijn handen en weer besloot ik om van sommige dingen afstand te doen: boekjes en videobanden werden naar het ziekenhuis gebracht, speeltjes werden weggegeven. Oude dekbedovertrekken met afbeeldingen van Turtles en Power Rangers werden gebruikt als verhuismateriaal. Maar ik wilde ook nog veel dingen houden, die in het nieuwe huis ook weer een plek in een kast kregen.  

Het allereerste dat ik inrichtte in het nieuwe huis, was de glazen vitrinekast met dierbare dingen van Rashid: Rashid's plekje in het nieuwe huis. 

Vitrinekast bovenste deel

Vitrinekast onderste deel

Van de tekening op de muur op het oude balkon heb ik een foto gemaakt. Hij zal er door de nieuwe bewoners wel afgewassen worden. Het geeft niets, want Rashid verhuist met me mee. Zijn foto lacht me inmiddels weer toe vanaf de muur in de huiskamer; de herinneringen aan hem zitten in mijn hoofd, zijn liefde in mijn hart, zo lang als ik leef.

 

Het volgende gedicht kreeg ik van een dierbare vriendin en het sluit zo nauw aan bij mijn eigen gevoelens. Met haar toestemming plaats ik het hier:

Afscheid nemen

De laatste week in ons huis
Elke dag is er één van afscheid nemen
Elke dag een klein stukje
Het huis waarin we kwamen wonen met zijn drietjes
En waar we ook weer weggaan, helaas niet langer met zijn drietjes
Toen we er kwamen wonen was je nog maar één jaartje oud
Nu leef je verder in mijn hart
Het huis waarin je opgroeide
Waar al je stapjes liggen
Het huis waarin we zo gelukkig met je waren
En ook de plek waar je zo vaak ziek geweest was
In elke kamer hangen de herinneringen
Fijne, maar ook verdrietige
Het huis waar we afscheid van je moesten nemen
Waar jouw kamertje allang niet meer jouw kamertje is
Van elke kamer neem ik afscheid
Elke dag een klein stukje
Net zo lang totdat ik op een dag zover ben
Om definitief de deur achter me dicht te doen
Een nieuw begin in ons nieuwe huis
Een huis zonder herinneringen aan jou
Met wel met jouw spulletjes om ons heen
Al ben je niet meer bij ons
Je plekje zal je bij ons wel houden
In ons nieuwe huis, maar zeker in ons hart!


Vrij naar Monica van Essen, http://www.sarahvanessen.nl